Columns

Een logboek als bewijs

Octrooisysteem VS stelt datum vinding boven tijdstip octrooiaanvraag

Het Amerikaanse octrooisysteem verschilt wezenlijk van het Europese. In beginsel heeft de partij die de vinding als eerste heeft gedaan recht op octrooi, ook al heeft een andere partij eerder patent aangevraagd en gekregen. Dat heeft gevolgen voor Nederlandse bedrijven die ook in de VS actief (willen) zijn.

Een fictief voorbeeld. Bedrijf A heeft een vinding gedaan en dient een octrooiaanvraag in die de Amerikaanse Octrooiraad honoreert. Twee maanden na toekennen van het octrooi verschijnt bedrijf B ten tonele met een octrooiaanvraag op een identieke vinding (dus ná de octrooiaanvraag van A). In Europa zou dat normaal gesproken einde oefening betekenen voor B: de indieningsdatum is hier heilig, ook al is de vinding eerder gedaan. De octrooiwetgeving in de VS gaat uit van het omgekeerde. Kan B aantonen dat het de vinding eerder deed dan A , dan krijgt het alsnog octrooi en komt het octrooi van A te vervallen.


Bewijs

In jargon is het Europese systeem gebaseerd op ‘first to file’, het Amerikaanse op ‘first to invent’. Ofwel: in de VS kun je als ‘eerste’ uitvinder het recht op de vinding afdwingen, zelfs al heeft een andere partij al octrooi gekregen. “Het Amerikaanse systeem is wellicht rechtvaardiger, maar de Europese regels zijn beter werkbaar”, zegt Walter Hart, Nederlands en Europees octrooigemachtigde van EP&C. Want hoe bewijs je dat jij de vinding eerder hebt gedaan?

Bedrijven die claimen als eerste een vinding te hebben gedaan, kunnen in de VS een zogenaamde ‘interference proceeding’ starten. Het United States Patent and Trademark Office (USPTO) maakt in een soort rechtzaak uit welke partij het eerste was en dus recht heeft op het octrooi. Hart: “Dat kan een vreselijk ingewikkelde zoektocht worden. Een indieningdatum staat onomstotelijk vast, maar het ontstaansmoment van een vinding is veel moeilijker te duiden.” Momenteel loopt in de VS onder meer een ‘interference proceeding’ tussen Microsoft en Eolas over de techniek van browserplugins.


Labjournaals

Bij de grote spelers in met name de chemie houden de onderzoekers daarom uitgebreide logboeken bij vanaf de start van de ontwikkeling. “Ook in de werktuigbouw komen labjournaals voor”, aldus octrooigemachtigde Hart. “Compleet met duidelijke omschrijving, data en parafering door een derde. Dat is sterk bewijs. Vaak worden aanvullend interne ‘Invention Disclosure Memos’ gebruikt. Ons advies aan cliënten die in de VS actief zijn is dus ook altijd: zorg dat je interne documenten op orde zijn. Tot in detail. Want de advocaat van de tegenpartij weet die ene niet afgetekende pagina altijd te vinden. En dan sta je met lege handen, ook al weet je dat jij de eerste was.”

De Technologiekrant - Juni 2007



  Walter Hart, M.Sc. (Dutch & European Patent Attorney)

EP&C, Postbus 3241, 2280 GE RIJSWIJK, tel (070) 414 54 54, fax (070) 414 54 99, http://www.epc.nl