Wanneer de plant naar de robot komt
Glastuinbouwbedrijven zitten met een ongemakkelijke paradox. Ze kunnen op enorme schaal voedsel van topkwaliteit produceren, maar blijven toch afhankelijk van fysieke arbeid voor het onderhouden en oogsten van gewassen.
Robotica lijkt daarbij de uitkomst, maar voor Ruud Barth zat de oplossing niet in ‘een betere robot in dezelfde oude kas’. De echte oplossing lag dieper: een nieuw, innovatief type kas. Maar hoe bescherm je een innovatie voordat deze daadwerkelijk bestaat?
Begin bij de plant, niet bij de machine
Volgens Ruud Barth zit het grootste probleem in kasautomatisering niet in het gebrek aan intelligentie van robots, maar in het feit dat de kas ooit ontworpen is rond mensen. Mensen kunnen bukken, reiken, tussen planten door bewegen en intuïtief omgaan met een levend systeem dat zich constant en onvoorspelbaar ontwikkelt. Voor robots is dat een heel ander verhaal.
Traditionele tomatenplanten bereiken vaak enorme lengtes. Ze draaien, raken verstrengeld en vullen de hele kas met een soort wirwar. Ruud vergelijkt het met een bord spaghetti. Voor een ervaren teler werkt dat prima, maar voor automatisering wordt het al snel een chaotische, moeilijk voorspelbare omgeving.
SAIA stelde daarom een andere vraag. In plaats van robots door die ‘jungle’ te sturen, vroeg het bedrijf zich af: wat als je de plant zelf ‘verandert’?
Die keuze bepaalde de eerste twee jaar van het bedrijf. Volgens Ruud werd SAIA eerst een tuinbouwbedrijf en daarna pas een roboticaonderneming. Het team onderzocht hoe tomatenplanten zich gedragen, wat ze aankunnen, waar stress ontstaat en hoe ze reageren op verschillende groeifactoren.
De conclusie van dat onderzoek was simpel: maak de plant verticaal, verplaatsbaar en toegankelijk. Als de plant naar de robot kan komen, hoeft de robot niet meer door het gewas heen te navigeren.
Vandaag de dag omschrijft SAIA zijn oplossing als een gepatenteerd automatiseringssysteem waarin een mobiele plantinstallatie, AI en robotische oogsttechnologie samenkomen. De traditionele manier van werken binnen de tuinbouw is volledig omgedraaid: planten bewegen, AI houdt alles in de gaten en robots doen het werk.

Anders kijken naar bestaande kennis
SAIA heeft niet elk biologisch principe zelf uitgevonden. Ruud geeft eerlijk toe dat onderzoekers decennia geleden al experimenteerden met dingen als planten laten zakken en opnieuw laten wortelen. De echte doorbraak zat niet in nieuwe biologie, maar in een andere manier van kijken naar bestaande kennis.
Het oorspronkelijke doel was automatisering. Het team zocht een plantstructuur die robotica eenvoudiger zou maken. Maar gaandeweg de zoektocht veranderde de plant van ‘een onderdeel’ naar de basis van het hele businessmodel.
Ruud spreekt over tomatenplanten die jarenlang kunnen blijven produceren. Hij noemt dat een ‘perpetual tomato machine’. Klinkt speels, maar de les erachter is serieus: soms wordt de ondersteunende technologie uiteindelijk de kern. En soms blijkt juist de omweg de juiste weg te zijn.
Dat is belangrijk, want de glastuinbouw zit volgens Ruud op een punt waar kleine verbeteringen niet meer genoeg zijn. De sector zit dicht tegen de top van een S-curve aan. Nederlandse telers hebben decennialang gewerkt aan hogere opbrengsten, betere klimaatbeheersing en extreem geavanceerde kassen. Maar tegelijk zorgen arbeidstekorten, stijgende eisen en de behoefte aan datagedreven teelt ervoor dat de grenzen van het huidige model zichtbaar worden.
Het probleem is niet dat telers te weinig weten. Het probleem is dat ze te weinig bewegingsruimte hebben.
SAIA introduceert daarom een ander operationeel model. Niet om mensen uit het proces te halen, maar om vooral het repetitieve, fysieke en slecht schaalbare werk weg te nemen dat groei juist afremt.
Dat onderscheid is cruciaal. Automatisering werkt alleen goed als technologie mensen helpt om complexiteit beter te managen, niet als het doet alsof die complexiteit niet bestaat.
Van machinebouwer naar technologiebedrijf
SAIA zit midden in een bekende groeifase voor deeptechbedrijven. Veel starten als machinebouwer en slechts een klein deel groeit uit naar een volwaardig technologiebedrijf. Het verschil zit in wat je bouwt, beschermt en uiteindelijk verkoopt.
Een machinebouwer verkoopt een product. Een technologiebedrijf bouwt een systeem dat zichzelf blijft verbeteren, kan opschalen en op lange termijn strategische opties creëert. Bij SAIA is de robot slechts één onderdeel. Het grotere geheel bestaat uit gewasontwikkeling, data, AI-monitoring en zelfs het licenseren van de technologie.
Ruud is duidelijk over de commerciële aanpak. SAIA wil de kernrobots zelf bouwen en produceren en daaromheen zet het octrooien in voor het creëren van licenties. Dat maakt het businessmodel flexibeler dan alleen hardware verkopen.
Die stap verandert ook hoe je naar intellectuele eigendom kijkt. Octrooien zijn dan niet meer iets wat je ‘achteraf regelt’, maar onderdeel van de architectuur van je bedrijf.
“Zonder bescherming kan een startup jarenlang investeren in een nieuwe markt, om vervolgens ingehaald te worden door grotere spelers”, aldus Ruud. Die zorg is niet theoretisch. SAIA beweegt in een markt waar ook robotica-, automotive-, medische en softwarebedrijven interesse tonen. Veel van die partijen zien tuinbouw als een interessante automatiseringsmarkt. Volgens Ruud gaan daarbij veel pogingen mis omdat ze beginnen bij de robot, niet bij de plant. De octrooistrategie van SAIA beschermt precies die kentering.

Een domein claimen
Ruud ziet octrooien als een manier om je ‘domein te claimen’. Dat gaat verder dan juridische bescherming. Het gaat om positie, timing en vertrouwen.
Een startup heeft tijd nodig om zich te bewijzen. SAIA is al jaren bezig en zit nog midden in de fase richting brede adoptie. In de glastuinbouw, waar familiebedrijven en langetermijnvisie belangrijk zijn, draait alles om de bewijslast. Niet één seizoen, maar meerdere. En niet in ideale omstandigheden, maar in de praktijk.
Octrooien geven daarvoor ruimte. Ze helpen ook om vertrouwen te wekken bij investeerders en partners.
In de EP&C-case rond SAIA staat dat er octrooien zijn aangevraagd voor onder andere robottools, het teeltsysteem en methodes om plantgroepen in de kas te selecteren en te verplaatsen. Die bescherming maakt kopiëren lastiger en onderstreept dat er een stevig technologisch fundament ligt.
Dat is de kern van strategisch IP: het beschermt niet één idee, maar het vermogen van een bedrijf om te blijven leren en doorontwikkelen.
Volgens Ruud zorgt dat ervoor dat innovatie kan ‘compounden’. Elke beschermde stap maakt de volgende makkelijker. Zo kun je blijven bouwen, testen en verbeteren, terwijl je genoeg deelt om geloofwaardig te blijven, zonder je eigen toekomst weg te geven.
De rol van octrooigemachtigde Thomas Remmerswaal
In dit verhaal is Thomas Remmerswaal niet de traditionele octrooigemachtigde die pas komt kijken als alles al bedacht is. Hij werkte vanaf het begin actief met SAIA samen. Die samenwerking bleef sterk omdat Thomas de technologie snel begreep. Soms waren een paar schetsen genoeg om binnen korte tijd een octrooistrategie te vertalen naar concrete claims.
Die snelheid is belangrijk binnen een startup. Innovatie kan niet weken stilstaan omdat iets juridisch uitgewerkt moet worden. Je hebt mensen nodig die schakelen tussen techniek, biologie, robotica en strategie.
Thomas brengt precies die vertaalslag. Met een achtergrond in werktuigbouwkunde en materiaalkunde aan de TU Delft kent hij meerdere technische domeinen, van horticulture tot industrie en consumentenproducten.
Een belangrijk moment ontstond toen het teeltsysteem van SAIA lastig te beschermen leek. Uit onderzoek kwamen oudere patenten naar boven die delen van het idee raakten. In plaats van dat als blokkade te zien, hielp Thomas om het concept opnieuw te kaderen, waardoor er alsnog bescherming mogelijk werd.
Daar zie je de echte waarde van een moderne octrooigemachtigde: niet alleen juridisch, maar ook technisch en strategisch meedenken zodat een uitvinding ruimte krijgt om te groeien.
Strategie vóór schaal
De markt waarin SAIA opereert vraagt geduld. Telers zijn zorgvuldig en logischerwijs risicomijdend. Hun gewassen zijn hun bedrijf. Een nieuw systeem moet dus niet binnenkomen als ‘grote disruptie’, maar stap voor stap vertrouwen winnen.
Eerst moet de plant zich bewijzen, daarna pas de automatisering. En pas na meerdere seizoenen volgt echte opschaling.
Dat is een herkenbare uitdaging voor deeptechbedrijven: de technologie mag radicaal zijn, maar de adoptie moet veilig voelen. Visionair in ontwerp, praktisch in uitvoering.
Dat SAIA al verder is dan de startfase blijkt ook uit recente ontwikkelingen. In november 2025 haalde SAIA Agrobotics €10 miljoen Series A-financiering op om het robotica-platform in high-tech kassen op te schalen, waarmee de totale funding boven de €20 miljoen kwam.
De ambitie is duidelijk: hogere opbrengsten, minder arbeid en meer controle over productie. Maar de basis blijft hetzelfde: maak eerst het biologische systeem eenvoudiger, daarna pas de robot slimmer.

Data, smaak en de grenzen van algoritmes
De toekomst van SAIA is niet alleen mechanisch. Zodra planten door een gecontroleerd systeem bewegen, wordt elke plant een databron. Camera’s analyseren fruit, systemen volgen groei en telers krijgen steeds preciezere inzichten.
Kasmanagement verschuift daarmee van handwerk naar operationele intelligentie. De teler wordt minder uitvoerder en meer regisseur van een levend productiesysteem.
Tegelijker waarschuwt Ruud dat niet alles draait om softwarematig werken. De natuur blijft altijd een eigen dynamiek houden.
Juist die houding maakt het interessant. SAIA wil delen van het proces industrialiseren, maar niet de biologie reduceren tot een spreadsheet. Smaak, plantgezondheid en vakmanschap blijven belangrijk.
Het Nederlandse voordeel
SAIA bouwt voort op een lange Nederlandse traditie in glastuinbouw. Van simpele glazen kassen tot hightech teeltomgevingen: Nederland loopt al decennia voorop.
Ruud ziet SAIA als volgende stap in die evolutie: voedselproductie efficiënter, slimmer en schaalbaarder maken.
De ambitie reikt verder dan Nederland. In de visie van SAIA moet lokaal, vers voedsel van hoge kwaliteit overal beschikbaar worden via gecontroleerde indoor farming.
Die visie is relevant omdat voedselproductie wereldwijd onder druk staat door arbeidstekorten, klimaat, water en veranderende consumptie-eisen. SAIA lost dat niet allemaal op, maar laat wel zien hoe een andere aanpak een nieuwe richting kan bieden.
In plaats van de robot de jungle in te sturen: breng de plant naar een systeem dat ontworpen is voor precisie.

De patentles voor innovators
Voor EP&C laat SAIA zien hoe belangrijk het is dat de octrooi en businessstrategie nauw met elkaar verweven zijn.
Te laat beschermen betekent risico op verlies van marktpositie. Te smal beschermen betekent dat je toekomstige groei niet goed afdekt. En octrooien zien als losse juridische documenten betekent dat je hun echte waarde mist.
SAIA beschermt geen machine. Het beschermt een manier van telen, bewegen, analyseren en samenwerken met planten. Dat geeft ruimte voor groei: productie, licenties, partnerships en datagedreven diensten. De rol van Thomas zit precies daar tussenin: innovatie vertalen naar bescherming die toekomstige groei ondersteunt, zonder snelheid te verliezen.
Voor Ruud is die samenwerking inmiddels onderdeel van het ritme van het bedrijf geworden. Soms intensief, soms rustig,maar altijd verbonden door context.
Een ander soort kas
Wat uiteindelijk het meest opvalt aan SAIA is niet de robot, maar het geduld. Jaren werken aan planten voordat machines echt meedoen. Accepteren dat vertrouwen in de sector tijd kost. En patenten gebruiken als middel om tijd en ruimte te creëren voor een nieuwe categorie.
Zo verschuiven bedrijven van losse productinnovatie naar systeeminnovatie. Niet één uitvinding, maar een geheel van technologie, kennis en strategie.
De toekomst van SAIA is nog in ontwikkeling, maar de belofte is duidelijk: minder repetitief werk, betere inzichten, hogere opbrengsten en een nieuw kasmodel dat verse voeding dichter bij de consument brengt.
De belangrijkste les voor innovators is eigenlijk simpel: bescherm vroeg, denk systeemmatig en werk met mensen die zowel de techniek als het businessmodel begrijpen. Dat kan het verschil maken tussen een slimme machine bouwen, of de toekomst zelf bezitten.
Over de schrijver
Ik heb werktuigbouwkunde en materiaalkunde gestudeerd aan de Technische Universiteit Delft. In 2015 ben ik als trainee octrooigemachtigde bij EP&C begonnen en in 2021 ben ik erkend als Nederlands en...
Lees meer over Thomas >